De platte oester maakt een comeback in de Noordzee
- Pauline Kamermans
- Senior onderzoeker marine ecologie en aquacultuur

Floor van Driessen
“Gebieden creëren met een hoge dichtheid aan platte oesters, zoals het vroeger was; dat is ons streven.”
De platte oester, ooit een magneet voor planten- en diersoorten in de Noordzee, is door bodemverstoring vrijwel verdwenen. Sinds 2014 werkt Wageningen Marine Research met partners aan herintroductie. De resultaten bieden hoop voor de terugkeer van meer leven in zee.
“Vroeger waren er overal in de Noordzee riffen van platte oesters”, zegt Pauline Kamermans, onderzoeker bij Wageningen Marine Research. “De zeebodem was toen op veel plekken hard substraat. Door de visserij is die ondergrond grotendeels verdwenen, en daarmee ook de ondergrond die oesters nodig hebben.”
Natuurorganisaties pleiten al jaren voor maatregelen om de platte oester weer terug te brengen in de Noordzee. Ook de overheid wil dat, vooral met het oog op de ecosysteemdiensten die deze soort kan leveren. Kamermans: “Het verhogen van de biodiversiteit is een belangrijk doel. De oesterschelp is een aanhechtingsplaats voor andere soorten en kan een rif vormen dat schuilplaatsen biedt. De soortenrijkdom bij riffen is veel groter dan op zanderige bodems.”

De Rijke Noordzee / The Rich North Sea
Windparken en natuurgebieden
Sinds 2014 werkt Kamermans aan de terugkeer van de platte oester in de Noordzee. Dat begon met literatuurstudies waarin ze onderzocht of de omstandigheden voor herintroductie gunstig waren. Vervolgens heeft Wageningen Marine Research samen met onder andere Deltares in kaart gebracht wat er met de oesterlarven gebeurt als je die op verschillende plekken uitzet: “Om een oesterrif te creëren, moeten larven zich wel in de buurt kunnen settelen en niet alle kanten op spoelen.”
Op basis van deze studies zijn geschikte gebieden geselecteerd. In samenwerking met natuurorganisaties en baggeraars zijn oesters uitgezet in windparken op zee en in de Borkumse Stenen, een gebied op de Noordzee ten noorden van Schiermonnikoog. Volgend jaar gebeurt dit in het Noordzeegebied het Friese Front, als onderdeel van het project Rif Herstel XL: “Windparken en natuurgebieden zijn logische locaties, omdat daar geen bodemberoerende visserij is toegestaan. Als je oesters uitzet, wil je natuurlijk niet dat ze direct weer worden opgevist.”
Stenen als ondergrond
Het groeiende aantal windturbines in de Noordzee biedt volgens Kamermans kansen voor de platte oester: “Zo’n turbinepaal wordt in het zand geslagen, waarna er ter bescherming stenen omheen worden gelegd. Die stenen zijn zeer geschikt voor oesters, omdat die zich graag op harde ondergrond hechten. Op deze stenen zijn constructies met oesters in kooien neergezet. Later hebben we die kooien boven water gehaald. Dan kun je de oesters tellen: hoeveel leven er nog, hoe groot worden ze?”
Verkregen inzichten zijn gedeeld in de Toolbox van De Rijke Noordzee, een platform voor biodiversiteitsontwikkeling in offshore windparken. De methode met kooien heeft als nadeel dat kooien begroeid raken, waardoor oesters onvoldoende zuurstof en voedsel krijgen. Ook is de monitoring nogal arbeidsintensief, zegt Kamermans: “Er is behoefte aan een methode die beter geschikt is voor opschaling. We werken nu samen met Waardenburg Ecology aan tests met oesters op stenen die verbonden zijn met een ring van sterk draad. Die ring is makkelijker boven water te krijgen.”
De resultaten zijn hoopvol. De volwassen oesters overleven goed en produceren larven. Toch is er nog een uitdaging: “De kleine oesters worden veel opgegeten door krabben en zeesterren. In een vervolgproject willen we iets bedenken om dit te voorkomen.”

De Rijke Noordzee / The Rich North Sea
Opschaling
Vervolgprojecten zijn bedoeld om de stap naar opschaling te kunnen maken. Kamermans heeft een duidelijk beeld van wat er moet gebeuren: “We moeten op verschillende plaatsen een startpopulatie aanleggen. Dat moet gebeuren op locaties met een geschikte ondergrond en waar geen bodemberoering plaatsvindt. Voor de kust van België zijn enkele grindbedden. In het Nederlandse deel van de Noordzee zijn die er niet, maar er liggen op veel plaatsen wel lege schelpen op de zandbodem. Als oesters larven kunnen produceren, kunnen die larven zich vervolgens op dit soort plekken vestigen en een nieuwe populatie starten.”
Ze is hoopvol over de toekomst van de platte oester in de Noordzee: “De oesters die tot nu toe zijn uitgezet, hebben het goed gedaan. Daarnaast geven onverwachte vondsten hoop. Duikers vinden af en toe platte oesters op scheepswrakken, terwijl we dachten dat deze oesters verdwenen waren uit de Noordzee. Het laat zien dat een larve kan uitgroeien tot een volwassen oester als die op het juiste moment op de juiste plek is.”
Parasiet
Op weg naar nieuwe gebieden met een hoge dichtheid aan oesters is er nog een lastig obstakel: een dodelijke parasiet. Omdat onbekend was of de ziekte in de Noordzee voorkwam, gold de Europese afspraak dat alleen ziektevrije dieren mochten worden uitgezet. Kamermans: “Die werden uit Noorwegen en Ierland gehaald, maar die populaties zijn gevoelig voor de parasiet. Inmiddels wisten we ook dat een aantal populaties tolerantie tegen de parasiet hadden opgebouwd, maar die mochten we niet uitzetten, omdat ze uit besmet gebied kwamen.”
Als oplossing voor deze catch 22 ontwikkelde Kamermans een methode om oesters uit het ziektegebied te selecteren die de ziekte niet bij zich dragen. Die brengen vervolgens ziektevrije nakomelingen voort die het tolerantie-gen meedragen. Het ministerie van LVVN heeft bepaald dat deze oesters nu mogen worden uitgezet.
Ze benadrukt hoe bijzonder de platte oester is: “Het beestje is eerst een mannetje, dan een vrouwtje. Voor de productie van uit te zetten oesters in een broedhuis is het cruciaal om te kunnen weten dat er op een zeker moment genoeg vrouwtjes zijn. Het goede nieuws is dat een PhD-onderzoeker van mij werkt aan een methode om op basis van een klein stukje kieuw te kunnen bepalen of het een mannetje of een vrouwtje is.”

De Rijke Noordzee / The Rich North Sea
RESO
Voor de herintroductie van de platte oester werkt Wageningen Marine Research met vele partijen samen. Onder meer in het RESO-project, wat tot belangrijke nieuwe inzichten kan leiden: “In dit project kijken we of we, in plaats van kleine oesters te produceren in het broedhuis, alleen maar larven kunnen produceren. Die worden dan naar een andere locatie gebracht, waarna ze direct worden losgelaten in een container met stenen. Na een aantal weken worden de stenen die bezet zijn met oesters uitgezet in de Noordzee.”
Het grote voordeel is dat er miljoenen larven in een koffiefilter passen. Dat maakt de methode uiterst kosteneffectief. Een test in de haven van Rotterdam pakte goed uit, aldus Kamermans: “De larven zijn zich op de stenen gaan settelen en zijn vervolgens uitgezet. Wij monitoren wat er met de populatie gebeurt en herhalen het kunstje dit jaar.”
Dankzij een nieuwe vergunning kan daarbij gebruikgemaakt worden van plekken waar onderwaterkabels van netbeheerder Tennet elkaar kruisen: “Op die kruisingen zijn stenen gestort. Als een deel van die kruisingen door oesters begroeid raken, ontstaan er nieuwe hotspots.”
En daarmee komt de definitieve terugkeer van de platte oester weer een stukje dichterbij. Kamermans: “Gebieden creëren met een hoge dichtheid aan platte oesters, zoals het vroeger was; dat is ons streven. Op een gegeven moment moet het klaar zijn met de menselijke bemoeienis en moet de oester zichzelf weer kunnen redden.”
Partners in de samenwerking
- Deltares, Waardenburg Ecology
- De Rijke Noordzee
- TenneT
- Ministerie van LVVN
- Natuurorganisaties en offshoresector

Behaalde impact
Sinds 2014 heeft WUR kennis ontwikkeld over geschikte locaties en methoden voor herstel van de platte oester in de Noordzee. Uitgezette volwassen oesters overleven en produceren larven. Nieuwe, beter opschaalbare technieken en ziekteresistente populaties brengen grootschaliger herstel van oesterriffen en biodiversiteit dichterbij.
Samen maken we het verschil
Heeft u vragen of ziet u kansen om samen te werken? Neem contact op met onze expert.
Andere impact stories
Wageningen University & Research (WUR) werkt aan de grote mondiale uitdagingen rond voedsel, biodiversiteit en klimaat. Onze kennis wordt in de praktijk toegepast door de partners waarmee wij samenwerken. In verdiepende impact stories vertellen we meer over het onderzoek en de impact die we hiermee realiseren.


