Hoe zeevogels reageren op verstoringen in de Noordzee
- Martin Poot
- Vogelecoloog Wageningen Marine Research

Markus-Varesvuo
“Om effectieve beschermingsmaatregelen te kunnen nemen, moeten we begrijpen hoe zeevogels de Noordzee gebruiken.”
Het is druk op de Noordzee. Windparken veranderen het landschap, schepen varen via ‘snelwegen op zee’ in alle richtingen en de visserij beroert het leven onder water. Vogelecoloog Martin Poot onderzoekt namens Wageningen Marine Research wat deze verstoringen betekenen voor vogels. “Om effectieve beschermingsmaatregelen te kunnen nemen, moeten we begrijpen hoe zeevogels de Noordzee gebruiken.”
In zijn kinderjaren bracht Martin Poot de vakanties vaak door op Texel, waar zijn fascinatie voor vogels ontstond. Die heeft ertoe geleid dat hij zijn carrière wijdt aan het begrijpen en helpen beschermen van zee- en kustvogels. Poot ziet dat de druk op zeevogels in de Noordzee toeneemt. Maar hoe vogels reageren op de steeds intensievere verstoringen en waarom ze doen wat ze doen, is volgens hem nog niet goed in kaart gebracht.
Rotoren van windturbines
Offshore windparken zijn misschien wel de meest zichtbare veranderingen in de Noordzee. En die zichtbaarheid neemt verder toe: stonden er in 2024 nog 670 windturbines in het Nederlandse deel, in 2050 moeten dit er, als alle plannen doorgaan, ongeveer 5.000 zijn. Werkelijk zicht op de impact van windturbines op zeevogels, behalve via theoretische berekeningen en modellen, is er nog niet. Daar moet verandering in komen, onder andere dankzij het project BirdSafe. Hierin onderzoeken Poot en zijn collega’s momenteel samen met TNO hoe vogels zich gedragen rond de rotoren van windturbines: “Met thermische camera’s als een betere techniek dan radar kunnen we het rotoroppervlak overdag bekijken, waarbij we vooral zeevogels zien, en ’s nachts vooral trekvogels, met name zangvogels. Daardoor kunnen we achterhalen of, hoeveel en wanneer er slachtoffers vallen. Of we zien dat de vogels meer dan gedacht de rotoren op het laatste moment weten te ontwijken.”
BirdSafe
Goudhaantje op een cameraopstelling op een windturbine.
Vogeltrek voorspellen
In opdracht van Rijkswaterstaat heeft de Universiteit van Amsterdam op basis van weersgegevens en radarmetingen op zee een model gemaakt om massale vogeltrek over de Noordzee te voorspellen. “Die massale trek vindt eigenlijk maar in een paar pieknachten per jaar plaats”, vertelt Poot. “Vogels trekken de zee pas over op het moment dat de wind gunstig is, waarbij ze met miljoenen de zee in één keer oversteken.” Het model en het vogeltrek-expertiseteam (een team van vogeldeskundigen en ecologen waar Poot onderdeel van uitmaakt), voorspellen 48 uur van tevoren of vogels massaal de overtocht over de Noordzee gaan maken. Poot: “De twee voorspellingen gaan onafhankelijk van elkaar naar het Ministerie van Economische Zaken en netbeheerder TenneT. Als zowel het model als wij als experts een piek verwachten, worden de windturbines stilgezet. Er is dan nog genoeg tijd over om alternatieve energie in te kopen.”
Toch blijft het vooralsnog een hypothese dat de meeste slachtoffers vallen onder vogels tijdens de piektrek, stelt hij: “We weten het simpelweg nog niet. Met het BirdSafe-project hopen we allereerst het antwoord op deze cruciale vraag te vinden.”
Zwarte zee-eend
Ook in de wereld onder water zijn er verstoringen die invloed hebben op zeevogels. Neem de garnalenvisserij, die door de hoge brandstofkosten voor een deel ontmanteld is in de Noordzeekustzone en de Waddenzee. Toch blijft de impact van de overgebleven schepen een zorg, vooral voor soorten als de zwarte zee-eend, die in de kustzone leeft en zich voedt met kleine schelpdiertjes. Algemeen wordt aangenomen dat deze vogels uit schuwheid wegvliegen als er schepen in de buurt zijn. Poot betwijfelt dat: “Zee-eenden hebben een heel gevoelige snavel waarmee ze in de zeebodem op de tast de schelpdieren vinden om die vervolgens onder water in te slikken. Mijn hypothese is dat het onderwatergeluid van schepen daarmee intervenieert, waardoor ze op die plekken niet meer efficiënt kunnen foerageren.”

Zeekoeten
Zeekoeten, de pinguïn-lookalikes die veel voorkomen in de Noordzee, mijden juist weer de windparken op zee. “In de nazomer zwemmen grote concentraties vanaf de Britse klifkusten ons deel van de Noordzee in, stelt Poot. “Maar uit monitoring blijkt dat de dichtheid rond windparken lager is dan daarbuiten. We weten nog niet waarom dat is. Ook bij deze soort zou onderwatergeluid een rol kunnen spelen. Niet alleen door de windparken zelf, maar ook doordat schepen, waaronder vissersboten, die om windparken heen moeten varen. Je krijgt dan concentratievorming van verstorend onderwatergebied in een groter gebied dan een windpark zelf.”
Om antwoorden te vinden op dit soort vragen, loopt er de komende jaren een aantal grotere onderzoeksprojecten waar meerdere onderzoeksinstituten en andere organisaties bij betrokken zijn. Naast BirdSafe is er het North Sea POWER-project, gefinancierd vanuit de Nationale Wetenschapsagenda. Als onderdeel van een groot consortium gaan wetenschappers van Wageningen Marine Research inzoomen op mogelijk afstotende impact van windparken op zeevogels.
Drones
Om vogels ongestoord te kunnen bestuderen, worden tegenwoordig drones ingezet. Die bieden mogelijkheden die tot voor kort ongekend waren, stelt Poot: “We hebben in maart 2026 met verschillende typen drones in de kustzone rond Ameland gevlogen om zee-eenden te bestuderen. Als je daarmee honderd meter boven de vogels vliegt, hebben die dat niet door. Dan zie je allerlei gedragingen waar je normaliter geen zicht op krijgt vanaf een boot omdat die verstorend werkt. Die zie je ook niet vanuit een vliegtuig dat er in twee seconden overheen vliegt.”
Onderzoeken als deze gaan de komende jaren meer inzicht geven in de impact van menselijke activiteiten op zeevogels. En dat is volgens Poot de sleutel om bij alle nieuwe ontwikkelingen zo goed mogelijk negatieve effecten op de natuur te beperken als ook tot een betere bescherming van de diversiteit aan vogels te komen: “Het is een mooi voorbeeld van toegepast onderzoek dat wordt gevoed door fundamentele ecologische kennis.”
Samenwerking
- TNO
- Rijkswaterstaat
- Wageningen Environmental Research
- Universiteit van Amsterdam
- Robin Radar Systems
- TenneT en andere partners uit de offshore sector
- Partners binnen het North Sea POWER-consortium

Behaalde impact
Onderzoek van Wageningen Marine Research levert kennis op over hoe zeevogels reageren op verstoringen door onder meer windparken, scheepvaart en visserij. Nieuwe onderzoekstechnieken, zoals thermische camera’s, drones en zenders, geven steeds beter inzicht in het gedrag van vogels en de daadwerkelijke effecten van menselijke activiteiten. Deze kennis helpt om beschermingsmaatregelen beter te onderbouwen.
Samen maken we het verschil
Heeft u een vraag over dit zeevogelonderzoek of ziet u kansen om samen te werken? Neem contact op met onze expert.
Andere impact stories
Wageningen University & Research (WUR) werkt aan de grote mondiale uitdagingen rond voedsel, biodiversiteit en klimaat. Onze kennis wordt in de praktijk toegepast door de partners waarmee wij samenwerken. In verdiepende impact stories vertellen we meer over het onderzoek en de impact die we hiermee realiseren.



