Herstel van kwelders en zeegrasvelden levert een win-win-win op
- Fee Smulders
- Onderzoeker Wageningen Marine Research

“De natuur meer ruimte geven levert meer biodiversiteit, meer koolstofopslag en een sterkere kustverdediging op. Het is win-win-win.”
Door grootschalige bedijking en inpoldering zijn grote arealen aan kwelders en zeegrasvelden verloren gegaan. Daarmee is de Nederlandse kust zijn natuurlijke buffers vol biodiversiteit kwijt. Fee Smulders, onderzoeker bij Wageningen Marine Research, onderzoekt hoe deze ecosystemen hersteld kunnen worden. Ze zijn volgens haar van levensbelang voor de biodiversiteit, koolstofopslag en onze veiligheid.
Dronebeelden van het kweldergebied op Schiermonnikoog laten zien hoe een groot deel van de Nederlandse kust er ooit uitzag: als een uitgestrekt landschap met kreken en begroeide slikken dat geleidelijk overgaat van zee naar land. Door inpoldering en landaanwinning zijn veel van de natuurlijke kwelders verdwenen. Daar staat de komst van kunstmatige kwelders in het Waddengebied en in Zeeland tegenover. Oorspronkelijk bedoeld als winningsgebieden voor de landbouw, worden die nu meer en meer benut voor natuurherstel.
Kwetsbaar voor verdrinking
Meebewegend op het ritme van de zee vormen kwelders unieke ecosystemen die om meerdere redenen onmisbaar zijn: als habitat voor planten, waterdieren en tienduizenden vogels, als natuurlijke buffer tegen overstroming en kusterosie en als opslag van koolstof. Redenen genoeg om ze in stand te houden en te herstellen. Volgens Smulders gaat dat niet vanzelf. Met collega’s onderzocht ze in hoeverre kwelders meegroeien met de zeespiegelstijging. En hoewel de resultaten minder somber waren dan gedacht, is er wel degelijk reden tot zorg: “We zien dat de door de mens gecreëerde kwelders aan het vasteland van de Waddenzee 11 tot 17 millimeter per jaar stijgen, terwijl de zeespiegel elk jaar 2 tot 3 millimeter stijgt. Maar eilandkwelders, zoals op Ameland en Schiermonnikoog, groeien slechts 1 tot 5 millimeter per jaar. Die zijn kwetsbaar voor verdrinking.”
Herstel vraagt om menselijk ingrijpen. In een experiment op Oost-Ameland wordt binnenkort geëxperimenteerd met het afschermen van kwelders voor vee, om te zware begrazing van de kwetsbare kwelder te voorkomen. Ook wordt in een pilot gebaggerd slib uit de Waddenzee aangebracht op kale plekken: “We noemen dat nature-based baggeren. Baggerschepen zijn continu bezig om de vaargeul tussen Holwert en Ameland open te houden. Dat slib gebruiken we om kwetsbare delen van de kwelder aan te vullen, in plaats van dat het ergens anders in de Waddenzee wordt gedumpt.”
Ontpolderen
In een eerdere literatuurstudie vond Smulders dat een sliblaag van 10 tot 15 centimeter de meest gunstige dikte is om vogels aan te trekken en plantengroei te herstellen. Naast het gebruiken van baggerslib voor ophoging, is ontpolderen volgens Smulders een logische strategie: “We trekken al duizend jaar land naar voren met de aanleg van dijken. Achter die dijken is geen sedimentaanvoer vanuit zee meer en zet de bodemdaling door landgebruik versneld door. Het is verstandig om de zee meer ruimte te geven, bijvoorbeeld door te ontpolderen, al dan niet tijdelijk met wisselpolders. Dat ligt moeilijk, want het gaat veelal om landbouwgrond, maar het is wel een slimme oplossing om de biodiversiteit te verbeteren en de kust beter te beschermen.”
Behalve dat kwelders herstel verdienen, geldt dat volgens Smulders ook voor zeegrasvelden. Tot een eeuw geleden waren deze velden overal in de Waddenzee en de Zuiderzee te vinden. Daar is nog maar een paar procent van over, vooral rond het eiland Griend bij Terschelling. “Het is een ondergewaardeerd ecosysteem”, zegt Smulders, die er in duikuitrusting veel te vinden is: “Als je er uren in doorbrengt, zie je de diversiteit. Het is een kraamkamer voor vissen en andere waterdieren. Minder zichtbaar, maar even belangrijk, is dat zeegras water filtert, golfslag dempt en koolstof langdurig opslaat in de bodem.”

Divyashri Varadharajan
Niet kijken naar afzonderlijke habitattypen
De Natuurherstelverordening van de EU geeft het herstel van zeegrasvelden een zet in de rug. Volgens Smulders dwingt de verordening lidstaten bovendien om snel in actie te komen: “De komende 25 jaar moeten maatregelen worden getroffen om in 2050 minstens negentig procent van de mariene habitattypen hersteld te hebben. Dat is een enorme opgave, maar het is een enorme stimulans om kennis te ontwikkelen en samen te werken met kennisinstellingen, bedrijven en overheden. Daarbij moeten we ook kijken naar verbindingen tussen ecosystemen. Idealiter wil je een schelpenrif, gevolgd door zeegras, een kwelder en ten slotte een veengebied of bos. Zo krijg je een natuurlijke volgorde die goed is voor de biodiversiteit en kustverdediging. Mis je één schakel, dan heeft dat effect op het hele systeem.”
Herstel van zeegrasvelden is daarin niet de makkelijkste opgave, weet Smulders: “Het is een nogal eigenwijze soort. Er zijn modellen ontwikkeld om de beste plekken voor herstel te vinden, maar soms groeit het ergens anders gewoon beter.” Toch zijn er positieve ontwikkelingen. Zo doet het herstelde zeegras op Griend het beter dan verwacht. “In samenwerking met Duitse en Deense kennisinstellingen en overheden overleggen we nu hoe we zeegrasherstel grootschalig kunnen aanpakken”, vertelt Smulders. “Want hoe groter het veld, hoe beter de omstandigheden voor het zeegras zelf.”
Ook het Europese FLY2 Coastal Wetlands-project staat in het teken van systeemdenken. Hierin wordt gestreefd naar één monitoringssysteem van natte kustgebieden langs de Oost-Atlantische vliegroute van de Noordpool tot West-Afrika. “We willen beter inzicht in hoe vogels deze gebieden gebruiken en hoe we populaties beter kunnen beschermen over landsgrenzen heen. Het kan zijn dat we daardoor zien dat bepaalde trekvogelsoorten van ons deel van de Waddenzee uitwijken naar gebieden buiten Nederland. De vraag is of we alles op alles moeten zetten om die soorten terug te krijgen, of dat we ons juist moeten focussen op soorten die zich juist naar Nederland verplaatsen. Vanuit de natuur geredeneerd, is het logischer om het verbonden ecosysteem als geheel te monitoren.”
Adviezen durven geven
Bijdragen aan projecten als deze laten voor haar zien hoe maatschappelijk relevant haar werk is: “Met Wageningen Marine Research hebben we een belangrijke adviesrol voor beleidsmakers rond nature-based solutions, bijvoorbeeld voor kwelders en zeegras. Daaromheen zitten altijd onzekerheden. Wetenschappers zijn snel geneigd om voorzichtig te zijn en benadrukken graag dat iets niet voor honderd procent zeker is. Terwijl beleidsmakers gewend zijn om risico’s goed af te wegen.”
Met Wageningen Marine Research durven we heldere adviezen te geven”, besluit ze: “Kiezen om de natuur meer ruimte te geven, levert een verbeterde biodiversiteit, meer koolstofopslag en een sterkere kustverdediging op. Het is win-win-win.”
Samenwerking
- Kennisinstellingen, bedrijven en overheden (o.a. het Ministerie van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur – LVVN)
- Duitse en Deense partners voor zeegrasherstel
- Europese partners binnen FLY2 Coastal Wetlands

Behaalde impact
Onderzoek van WUR laat zien hoe herstel van kwelders en zeegrasvelden kan bijdragen aan biodiversiteit, koolstofopslag en kustbescherming. De kennis ondersteunt keuzes voor natuurherstel en nature-based solutions en helpt om ecosystemen meer in samenhang te beheren.
Samen maken we het verschil
Heeft u een vraag over dit onderwerp of ziet u kansen om samen te werken? Neem contact op met onze expert.
Andere impact stories
Wageningen University & Research (WUR) werkt aan de grote mondiale uitdagingen rond voedsel, biodiversiteit en klimaat. Onze kennis wordt in de praktijk toegepast door de partners waarmee wij samenwerken. In verdiepende impact stories vertellen we meer over het onderzoek en de impact die we hiermee realiseren.


