Laat de natuur meewerken om de kust te beschermen
- Jim van Belzen
- Ecoloog

“Het gaat niet primair om natuur erbij: het gaat vooral ook om veiligheid tegen het water en om toekomst voor de landbouw op verzilt land.”
Zeespiegelstijging, bodemdaling en verzilting zetten onze delta onder druk. Ecoloog Jim van Belzen onderzoekt hoe de natuur zélf bouwt aan landschappen en hoe je natuur kunt gebruiken om de kust veiliger te maken én de biodiversiteit te versterken.
Klassieke ecologen kijken onder welke randvoorwaarden planten of dieren in een ecosysteem kunnen leven. Jim van Belzen kijkt andersom: “Ik bestudeer hoe planten en dieren in brakwatergetijdegebieden het landschap beïnvloeden. Net zoals wij mensen onze leefomgeving beïnvloeden, geven planten en dieren ook vorm aan hun eigen omgeving. Ze hebben een bepaalde tolerantie voor omgevingscondities, zoals temperatuur, golfslag en stroming. Maar ze kunnen omgevingscondities ook stabieler maken, waardoor ze daar beter kunnen leven.”
Van Belzen wil snappen hoe natuurlijke ecosystemen als estuaria en kwelders onderdeel kunnen zijn van klimaatrobuuste landschappen: “Denk aan duinplanten die duinen maken of schorrenplanten die schorren bouwen.” Als Zeeuw spreekt Van Belzen liever over schorren dan over kwelders.
Als estuarien ecoloog voor Wageningen Marine Research en het NIOZ (Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee) werkt Van Belzen op de grens van zee en rivier. “Voordat er mensen in de Nederlandse kustzone woonden, werd het kustlandschap gevormd door duinen met veengebieden daarachter. Waar de zee die veengebieden binnendrong ontstonden er slikken en schorren. Toen die schorren door landaanwas hoger kwamen liggen, bouwden mensen er een dijk omheen, want het was vruchtbare landbouwgrond. Zo is er sinds omstreeks het jaar 1100 langs heel onze kust een systeem van dijken en inpolderingen ontstaan.”
Keerzijde van inpolderen
Nederland is er kampioen dijken bouwen en inpolderen mee geworden. “En daar hebben we veel aan te danken”, benadrukt Van Belzen. Maar er is ook een keerzijde: “Door eeuwen inpolderen is de natuurlijke opbouw van het kustlandschap gestopt. Buitendijks stijgt de zeespiegel door, maar binnendijks daalt de bodem doordat zand en slib daar niet meer naartoe wordt getransporteerd.”
De geschiedenis heeft geleerd dat het land achter de dijken door bodemdaling kwetsbaar is. Opvallend: waar geen schorren voor de dijk lagen, was de schade het grootst, leerde Van Belzen: “Dat gebeurde bijvoorbeeld bij de Kerstvloed van 1717, maar ook bij de Watersnoodramp van 1953, toen de dijken in Zeeland en Zuid-Holland op veel plekken te laag bleken. Schorren dempen golven en werken bij een doorbraak als drempel. Dan blijft het bij natte voeten in plaats van een catastrofale overstroming.”
Hij benadrukt: “De Zeeuwse en Zuid-Hollandse delta is misschien wel de veiligste delta ter wereld. Maar de ecologische prijs is hoog. Verschillende plant- en diersoorten zijn uitgestorven, andere dreigen uit te sterven. Dat heeft ook economische gevolgen: de visserij heeft het zwaar. Zo kent de oestersector grote uitdagingen om de productiviteit op peil te houden.”
Wisselpolders
Van Belzen pleit voor wisselpolders: polders waar je tijdelijk het getij toelaat zodat ze opslibben en de landspiegel stijgt. “In allerlei studies, onder andere met de Hogeschool Zeeland, hebben we aangetoond dat we door de aanleg van deze wisselpolders een groot deel van Zeeland veilig kunt houden na een dijkdoorbraak. Ook als de zeespiegel een of twee meter stijgt.”
Ondertussen wordt in de Zak van Zuid-Beveland dijkverzwaring gepland. “We hebben voorgesteld om in de buurt van Hoedekenskerke een paar polders om te bouwen tot wisselpolders. Het bureau HKV heeft uitgerekend dat die na een dijkdoorbraak honderden hectare aan overstromingsschade kunnen voorkomen.”
Sterke emoties
Doen dus? Zo simpel ligt het niet. “Het woord ‘ontpolderen’ zet dan al snel de toon en dat roept in Zeeland sterke emoties op. Die snap ik, maar dit gaat niet primair om natuur erbij: het gaat vooral ook om veiligheid tegen het water en om toekomst voor de landbouw op verzilt land.”
De emoties liepen zo hoog op dat er in de Provinciale Staten van Zeeland een motie werd aangenomen die de aanleg van wisselpolders verbiedt. Toch ziet Van Belzen beweging: “Een gedeputeerde van de BBB is gedraaid toen we lieten zien waar het ons om gaat. Het gesprek schuift op, maar het kost tijd.”
Roggenplaat: zandsuppletie
Buitendijks is het recept helder: ondiep water ondiep houden, want dan kunnen er geen hoge golven ontstaan. Dat gaat niet overal goed. Zo is door de aanleg van de Oosterscheldekering de stroming veranderd, waardoor er op de Roggenplaat minder nieuw zand aanspoelt. Dit had niet alleen gevolgen voor de vele trekvogels en zeehonden die de plaat als voedsel- en rustgebied gebruiken, maar ook voor de functie als natuurlijke buffer voor de kust.
Als onderdeel van de Programmatische Aanpak Grote Wateren is de Roggenplaat door zandsuppletie opgehoogd om de natuur en golfdemping te herstellen. Het is wereldwijd een van de grootste suppleties geweest die voor dit doel is aangelegd. Na vijf jaar monitoren stelt Van Belzen vast dat de aanpak heeft gewerkt: “De Roggenplaat is weer een gezonde en voedselrijke habitat voor dieren en de waterveiligheid is toegenomen doordat golven met minder energie richting de kust gaan.”
Natuur-geïnspireerd ontwerpen
In een ander project werkt hij aan erosie-remmende maatregelen, zoals de aanleg van kunstmatige oesterriffen in de Oosterschelde die golven afremmen. Zo wordt in de kom van de Oosterschelde een rif neergelegd dat is gebaseerd op hoe de natuur dat zelf zou doen: “De computermodellen die we hebben ontworpen, zijn gemaakt met evolutionaire algoritmen. De eerste resultaten overtreffen mijn verwachtingen: het rif remt niet alleen erosie, maar houdt ook veel nieuw zand en slib vast en versterkt de natuurwaarden.”
De modellen zijn ook op andere plekken bruikbaar om de kust nature-based te beschermen: “We hebben het over twee tot vijf meter zeespiegelstijging in de toekomst. Ik beweer niet dat we die stijging met natuurlijke processen zonder problemen aan kunnen. Waarschijnlijk moeten we de natuur hier en daar een beetje helpen. Maar we hebben die natuurlijke processen wel nodig als robuuste aanvulling op bestaande kustbescherming.”
Meegroeiend systeem
Zonder gebruik te maken van de natuurlijke dynamiek blijft kustbescherming duur lapwerk en worden problemen doorgeschoven, stelt hij: “Technisch kunnen we de dijken blijven verhogen, maar daar zit een prijs aan. Elke meter omhoog betekent tien meter extra grondlichaam landinwaarts. In bebouwd gebied stuit je dan op huizen. Daarnaast kun je je afvragen of er wel genoeg bouwmaterialen en mensen zijn om zo’n gigantische operatie voor elkaar te krijgen.”
Het mooie van aanvullende natuur-gebaseerde kustverdediging is dat het systeem meegroeit en blijft functioneren, ook als de menselijke aandacht is verslapt, zoals in 1953. In het Kennisprogramma Zeespiegelstijging werkt een brede coalitie aan een strategie die ook bij twee meter stijging in 2100 en vijf meter in 2200 blijft werken. Er zijn belangenconflicten, ziet hij. “Maar als we alleen ophogen en afsluiten, schuiven we de rekening door. Mijn hoop is dat we een volgende ramp voor zijn en ervoor kiezen om de dynamiek terug te brengen in onze kustgebieden. Dan werkt de natuur weer met ons mee.”
Partners in deze samenwerking
- NIOZ
- Deltacommissie
- Sweco
- Deltares
- EcoShape
- Wereld Natuurfonds
- NL2120
- Rijkswaterstaat
- PAGW
- Natuurmonumenten
- Provincie Zeeland
Andere impact stories
Wageningen University & Research (WUR) werkt aan de grote mondiale uitdagingen rond voedsel, biodiversiteit en klimaat. Onze kennis wordt in de praktijk toegepast door de partners waarmee wij samenwerken. In verdiepende impact stories vertellen we meer over het onderzoek en de impact die we hiermee realiseren.







