Ga naar de inhoud
Impact story

Zeehond als topsporter heeft het zwaar in Waddenzee en Noordzee

Geert Aarts
Onderzoeker zeezoogdieren

Geert Aarts

“Zeehonden moeten echt keihard werken om aan voedsel te komen.”

Zo op het oog liggen ze heerlijk te zonnen: groepjes gewone zeehonden op de zandbanken van de Waddenzee. Dat beeld wil Geert Aarts, die al meer dan 25 jaar onderzoek doet naar deze predatoren, graag nuanceren: “Deze zandbanken zijn hun slaapkamers en ze hebben hun slaap keihard nodig.”

Waar zeehonden in de Waddenzee rusten, foerageren ze vooral op de Noordzee. Aarts en zijn collega’s voeren onderzoek uit om te begrijpen wat voor zeehonden de hotspots in de Waddenzee en de Noordzee zijn en wat deze plekken op zee voor hen geschikt maken. De opgedane kennis wordt door beleidsmakers gebruikt, bijvoorbeeld om de verwachte impact van de aanleg van windmolenparken op de Noordzee te berekenen. Om te kunnen zien waar zeehonden precies naartoe gaan, worden de dieren uitgerust met gps-zenders. Daarnaast worden er meerdere keren per jaar tellingen gedaan op bekende ligplaatsen. Op basis van beide datasets worden er habitatmodellen opgesteld die laten zien waar de zeehonden zich ophouden in de Waddenzee en de Noordzee.  

Playback Images

Leven als topsporters

De zenders laten niet alleen zien waar de dieren naartoe gaan, maar ze meten ook nauwkeurig hoe ze duiken. De nieuwste zenders hebben zelfs een versnellingsmeter, vergelijkbaar met die op een sporthorloge. Vooral de gedetailleerde metingen hiermee bevestigen dat zeehonden leven als topsporters. Aarts: “Zeehonden moeten echt keihard werken om aan voedsel te komen. Soms gaan ze voor een dag de Noordzee op, maar het kunnen ook tochten van een week of zelfs twee weken zijn. En als ze op zee zitten, zijn ze bijna continu aan het duiken, of het nu licht of donker is.”

Tijdens de meest recente grote virusepidemie in 2002 nam de populatie gewone zeehonden in de Waddenzee en Noordzee naar schatting met 50 tot 60 procent af. In de jaren daarna was sprake van een sterke groei, die rond 2013 afvlakte. De laatste jaren laten weer een daling van de populatie zien. Daarnaast lijkt het er volgens Aarts op dat de dieren op jacht naar voedsel veel langere tochten maken dan vroeger: “Waarschijnlijk moeten ze hun voedsel van steeds verder halen.” 

Geert Aarts

Onderzoek naar oorzaken

Onderzoek moet uitwijzen hoe dat komt. Een verklaring kan zijn dat er iets aan de hand is met voedselbronnen in de buurt van de Waddenzee. Zo werd er in de Nederlandse wateren tot voor kort weinig gevist op zandspiering. Voorheen visten Deense vissers veel in Britse wateren op deze vette vis die vast onderdeel van het zeehondenmenu is. Sinds Brexit en de bijkomende beperkingen lijkt het erop dat er meer van deze vis gevangen wordt in het Nederlandse deel van de Noordzee. Het kan volgens Aarts van invloed zijn.

Ook klimaatverandering kan een rol spelen. Zeehonden gedijen doorgaans goed in koude gebieden. Hoewel ze daar veel energie kwijt zijn om hun lichaam op temperatuur te houden, heeft hun warmbloedigheid volgens Aarts ook een voordeel ten opzichte van de koudbloedige vissen: “Die hebben bij lage temperaturen een lagere sprintsnelheid. Juist als het water door klimaatverandering opwarmt, kan het voor zeehonden steeds lastiger worden om hun vis te vangen.”

Anders duiken door heien

Hij wijst er daarnaast op dat verstoring op zee invloed kan hebben op waar zeehonden gaan jagen en hoe succesvol ze daar zijn: “We hebben een studie gedaan naar het effect van heiwerkzaamheden tijdens de aanleg van windmolenparken in de Noordzee. Op basis van zenderdata zagen we dat zeehonden hun gedrag gingen aanpassen, in sommige gevallen zelfs als het heien 50 kilometer verderop plaatsvond.”

De data lieten zien dat de dieren anders gingen duiken: “Normaal vertoont hun duik een U-vorm: ze duiken naar de bodem, blijven daar een tijdje en zwemmen dan weer naar boven. Wij zagen dat dit patroon doorbroken werd en de zeehonden hun beweging aanpasten. Vreemd genoeg zwommen ze niet altijd van het heien weg, misschien omdat ze niet precies weten waar dit geluid vandaan komt. Dit verplaatst zich over tientallen kilometers.”

Is het heien gestopt en zijn de windmolens in bedrijf genomen, dan blijven sommige zeehonden de windparken mijden. Andere zeehonden lijken de harde ondergrond bij de palen juist op te zoeken, maakten onderzoekers op uit de zenderdata: “Hoe dat precies komt, weten we niet. Sommige dieren keren terug, andere blijven weg, mogelijk omdat windmolens in bedrijf ook geluid maken. Misschien is het vergelijkbaar met mensen: de een gaat graag naar de disco toe, de ander vindt het er te lawaaiig.”

Ecologisch waardevolle plekken

Een van de meest verrassende ontdekkingen die onderzoeken met gezenderde zeehonden de afgelopen 25 jaar hebben opgeleverd, is dat zeehonden wijzen op ecologisch waardevolle plekken die door andere onderzoekers nooit zijn ontdekt. “Ten noorden van Vlieland ligt een gebied met grof sediment, wat zeldzaam is in de Noordzee. Zeehonden zijn daar intensief aan het jagen, waarschijnlijk op zandspiering. Het gebiedje heeft geen naam en staat ook niet op kaarten. We weten dat er ook Deense vissers komen om op zandspiering te vissen, maar we weten niet precies hoeveel visserij er plaatsvindt.”

Het gebiedje valt niet in een van de ‘vierkante blokken’ op de kaart van beschermde natuurgebieden op de Noordzee. En het is volgens Aarts niet het enige pareltje dat buiten de scope van beleidsmakers ligt: “Ik snap dat het aanwijzen van vierkante blokken uit praktisch oogpunt handig is, maar misschien is verstandig om ook rekening te houden met bijzondere plekken die daarbuiten vallen.”

Gerichter beleid voeren

Hoe meer Aarts over zeehonden te weten komt, hoe indrukwekkender hun leven blijkt te zijn, meent hij: “Elke dag vijf kilo vis vangen onder moeilijke omstandigheden; dat moet een hele uitdaging voor ze zijn. Na het stoppen van de jacht is het beide soorten voor de wind gegaan en lieten ze een exponentiële groei zien. Nu de populatie van de gewone zeehond een daling laat zien, is de vraag of het tij mogelijk gaat keren.”

Hij pleit daarom voor het aaneenknopen van wetenschappelijke kennis om gerichter beleid te kunnen voeren: “Wij hebben ons zeehondenonderzoek, anderen doen metingen naar prooivissen van de zeehond, maar deze kennis komt nog onvoldoende bij elkaar. Als we dat beter gaan doen, dan kunnen we ook beter begrijpen hoe we balans in de Noordzee en de Waddenzee in stand kunnen houden.”

Behaalde impact

Impact

Onderzoek met gps-zenders, tellingen en habitatmodellen geeft inzicht in waar zeehonden rusten en foerageren en hoe zij reageren op veranderingen en verstoring in de Waddenzee en Noordzee. Gezenderde zeehonden hebben bovendien ecologisch waardevolle plekken aan het licht gebracht die buiten beschermde natuurgebieden liggen. Deze kennis wordt gebruikt om effecten van menselijke activiteiten te beoordelen en kan bijdragen aan gerichter beleid.

Samen maken we het verschil

Heeft u vragen of ziet u kansen om samen te werken? Neem contact op met onze expert.

dr.ir. GM (Geert) Aarts

Onderzoeker Zeezoogdieren

Andere impact stories

Gerelateerd

Wageningen University & Research (WUR) werkt aan de grote mondiale uitdagingen rond voedsel, biodiversiteit en klimaat. Onze kennis wordt in de praktijk toegepast door de partners waarmee wij samenwerken. In verdiepende impact stories vertellen we meer over het onderzoek en de impact die we hiermee realiseren.