Ga naar de inhoud
Impact story

Een bodem vol leven: natuurherstel in zee

Evert de Froe
Marien ecoloog bij Wageningen Marine Research

Lea Kornau

“Het laat zien dat het bodemleven zich snel kan herstellen, zeker de snelgroeiende bodemdieren.”

Bodemdieren zijn cruciaal voor mariene ecosystemen. Onderzoeker Evert de Froe doet er onderzoek naar in de Noordzee, de Waddenzee en de Zeeuwse Delta. Hij ziet dat het bodemleven zich snel herstelt als de druk afneemt. En hij buigt zich over de vraag wat een gezond ecosysteem is. Dat is nog niet zo eenvoudig.

De Noordzee is een van de meest productieve zeeën ter wereld. “Kijk je naar de primaire productie van plankton, de basis van ieder voedselweb, dan ligt die veel hoger dan in bijvoorbeeld de open Atlantische Oceaan”, zegt De Froe, marien ecoloog bij Wageningen Marine Research. Zachte sedimenten, de zand- en slibbodem die een groot deel van de Noordzee en de Waddenzee bedekken, vormen de basis van het voedselweb in zee. “Plankton worden opgegeten door larven van krabben, oesters en schelpdieren, die weer worden weer gegeten door vissen en vogels.”

Natuurpakket Westerschelde

Recent onderzoek in de Westerschelde laat zien hoe belangrijk bodemdieren zijn voor mariene ecosystemen. Na de opheffing van de veerdienst werd een gebied van 75 hectare bij het Zeeuws-Vlaamse Perkpolder ontwikkeld tot nieuwe natuur. Acht jaar lang volgden De Froe en zijn collega’s de ontwikkeling in het gebied: “Eerst vestigen zich allerlei kleine wormpjes, kreeftjes en kreeftachtigen. Daarna komen er schelpdieren in het gebied terecht, die op hun beurt weer veel vogels aantrekken. Na drie tot vier jaar neemt de dichtheid per soort af, maar worden de soorten wel steeds groter en neemt ook de soortendiversiteit toe.”

Vergelijkbaar onderzoek loopt nu in de ontpolderde Hedwigepolder. Na twee jaar onderzoek zien de onderzoekers daar een vergelijkbaar beeld. Het laat volgens De Froe zien dat een natuurgebied tijd nodig heeft om zich goed te ontwikkelen: “Je moet niet verwachten er voor alle vogelsoorten gelijk een breed scala aan voedselbronnen aanwezig is. In het begin vinden zijn het maar een paar bodemdiersoorten waar vogels op kunnen foerageren.”

Drukfactoren en indicatoren

Een snelle ontwikkeling van het bodemleven is in ieder geval een goed teken. Daarvan lijkt wel sprake in de Boontjes, een vaargeul tussen Harlingen en Kornwerderzand. Voorheen werd daar 200.000 kubieke meter zand per jaar gebaggerd, maar tegenwoordig veel minder. De eerste metingen lieten volgens De Froe zien dat het aantal bodemdieren binnen een jaar sterk was toegenomen. “Een jaar later is de gemeenschap weer veel verder ontwikkeld. Het laat zien dat het bodemleven zich snel kan herstellen, zeker de snelgroeiende bodemdieren.”

Oscar Bos

In ander onderzoek wordt gewerkt aan indicatoren om de ecologische toestand van bodemdiergemeenschappen in kaart te brengen. Die ‘ecologische toestand’ is een wetenschappelijk lastige term, stelt De Froe: “Beleid vraagt om een duidelijke grens: nu is het goed, nu is het slecht. Het lastige is dat soortgemeenschappen ook veranderen door nieuwe soorten. Denk aan soorten uit andere delen van de wereld die in ballastwater van schepen hierheen zijn gekomen. Of aan soorten die door klimaatverandering zijn gemigreerd. Vaak zien we dat zo’n soort heel snel opkomt en andere soorten verdringt, maar na een paar jaar ook weer afneemt. Het bewijs dat op de lange termijn de nieuwe soorten een negatief effect hebben op ecosystemen in zee is niet erg sterk.”

Natuurherstelverordening

Het opstellen van indicatoren is belangrijk in het licht van de Europese Natuurherstelverordening (NHV). Deze verordening vormt de basis voor het Nationaal Herstelplan. De Froe was hoofdauteur van het rapport dat als basis dient voor het mariene deel van dit herstelplan. Met deze verordening en het plan verschuift de focus in beleid van beschermen naar herstel van ecosystemen.

Zachte sedimenten vormen een van de zeven habitatgroepen waar de NHV zich op richt. Andere groepen zijn bijvoorbeeld zeegrasvelden en mossel- en oesterbanken. Voor deze mariene ecosystemen betekent het dat het beleid gericht moet zijn op concrete hersteldoelen en dat de voortgang gemonitord moet worden. De NHV biedt twee routes naar herstel: actief en passief. De Froe legt uit: “Actief herstel betekent dat je zelf ingrijpt, bijvoorbeeld door oesterbanken aan te leggen of zeegrasvelden te planten. Passief herstel betekent dat je de drukfactoren weghaalt, zodat het ecosysteem zich kan herstellen.”

Actief en passief herstel

Hij verwacht dat actief herstel voor sommige habitatgroepen noodzakelijk zal zijn: “Vroeger lagen er in de Noordzee uitgestrekte oestergronden. Die zijn weggevist. Die zul je dus opnieuw moeten introduceren voordat ze zichzelf kunnen vestigen en uitbreiden.” Voor andere doelstellingen kan passief herstel voldoende zijn, verwacht De Froe: “Als je de visserij in een gebied met aangetaste bodem vermindert, kan de bodem zich herstellen. En voor het herstel van zeegrasvelden kan het helpen om de hoeveelheid stikstof in het zeewater te reduceren. Dat vraagt de komende jaren om beleidskeuzes.”

De komende jaren zullen de gesprekken tussen beleidsmakers, vissers, wetenschappers en ngo-vertegenwoordigers vaak over natuurherstel gaan, voorspelt De Froe. “En die gesprekken zijn niet per se eenvoudig. Als wetenschap proberen wij een stevig fundament te leggen voor die gesprekken. Maar er zit wel spanning tussen visies, ook tussen wetenschappers onderling. Want rond de indicatoren die wij opstellen, zit altijd wat onzekerheid. En dan is de vraag: hoeveel onzekerheid accepteer je?”

Oscar Bos

Stok achter de deur

De NHV en het daaruit voortvloeiende Nationaal Herstelplan bieden een kans om de Noordzee gezonder te maken. “Het is een stok achter de deur; in 2050 moeten de verschillende habitattypen hersteld zijn. We moeten bepalen hoe we de ruimte verdelen. Dat blijft een puzzel, ook al omdat de omstandigheden veranderen. Neem alleen al de hittegolven in de zomer van 2026. Als die vaker voorkomen, neemt de invloed daarvan op de natuur toe.”

Mede daarom wordt de NHV om de zes jaar geactualiseerd. De Froe: “Als een doel door onvoorziene omstandigheden niet haalbaar is, dan leidt dit niet tot boetes voor lidstaten. Maar als lidstaat kom je niet zomaar weg met: we redden het niet.”

Over de Natuurherstelverordening

De Natuurherstelverordening (NHV) is sinds 18 augustus 2024 een juridisch bindend EU-kader om aangetaste ecosystemen te herstellen. De verordening vult bestaande richtlijnen aan, waaronder de Vogel- en Habitatrichtlijn en de Kaderrichtlijn Mariene Strategie. Lidstaten zijn verplicht tot herstel van ecosystemen, ook buiten Natura 2000-gebieden. Artikel 5 richt zich op mariene systemen.

Op basis van de NHV moet Nederland in september 2026 een concept-Nationaal Herstelplan indienen. Wageningen Marine Research heeft hiervoor een wetenschappelijk rapport opgesteld dat als basis dient voor het mariene deel van het Nationaal Herstelplan. Dit deel van het plan inventariseert mariene habitattypen en soorten en laat zien welke kennisleemten nog opgevuld moeten worden. Het Nationaal Herstelplan moet in 2027 definitief zijn.

Behaalde impact

Impact

Onderzoek van Wageningen Marine Research laat zien hoe het bodemleven in zee zich herstelt wanneer de menselijke druk afneemt en hoe nieuwe natuurgebieden zich ontwikkelen. Deze kennis helpt om effectieve herstelmaatregelen te bepalen en de ecologische toestand van de zeebodem te beoordelen. Daarnaast levert WUR de wetenschappelijke basis voor het mariene deel van het Nationaal Herstelplan, waarmee Nederland invulling geeft aan de Europese Natuurherstelverordening.

Samen maken we het verschil

Heeft u een vrag over dit onderzoek of ziet u kansen om samen te werken? Neem contact op met onze expert.

Andere impact stories

Gerelateerd

Wageningen University & Research (WUR) werkt aan de grote mondiale uitdagingen rond voedsel, biodiversiteit en klimaat. Onze kennis wordt in de praktijk toegepast door de partners waarmee wij samenwerken. In verdiepende impact stories vertellen we meer over het onderzoek en de impact die we hiermee realiseren.