Nieuws

Kijken naar de toekomst

Published on
30 maart 2021

Het graadmeteronderzoek aan plastics in magen van Noordse Stormvogels heeft een flinke stap vooruit gezet. Samen met collega’s uit alle Noordzeelanden en uit Canada heeft Wageningen Marine Research een groot wetenschappelijk artikel gepubliceerd in het tijdschrift Marine Pollution Bulletin.

OSPAR en EU

Het monitoren van zwerfvuil in zee aan de hand van plastics in de maaginhoud van stormvogels raakt steeds steviger ingebed in het internationale milieubeleid. In de landen rond de Noordzee vormt zulk onderzoek al lange tijd onderdeel van afspraken binnen het OSPAR verdrag (het ‘Verdrag ter bescherming van het zeemilieu in de noordoost Atlantische Oceaan’). De Europese Unie heeft het stormvogelonderzoek nu ook ingebed in de KaderRichtlijn Marien (KRM), en gebruikt de methodiek voor een vinger aan de pols in alle Europese wateren, ook bij andere diersoorten.

Goede Milieu Toestand

OSPAR hanteerde voor de lange termijn een ecologische doelstelling (EcoQO) waarbij ten hoogste 10% van de stormvogels meer dan 0.1 gram plastic in de maag mocht hebben. Deze grenswaarde was een arbitraire keuze. De EU doet dat anders en heeft als algemene doelstelling een zogenaamde ‘Goede Milieu Toestand (GMT)’, met als eis dat géén schade berokkend mag worden aan het zeemilieu en de daarin levende diersoorten.  Maar bewijs dat plastic zwerfvuil, los van allerlei andere milieufactoren, geen schade veroorzaakt aan een diersoort is in de praktijk onmogelijk. Daarom mag als vervangende doelstelling voor de GMT gekeken worden naar de schoonst mogelijke gebieden op aarde. Het daar aanwezig niveau van plastic in stormvogelmagen wordt dan vastgelegd als de ‘Drempelwaarde’ voor de  Europese GMT.

Onvolwassen stormvogels (de blauwe lijn in de grafiek) hebben meer plastic in de maag dan volwassen dieren (rode lijn), maar beide vertonen een vergelijkbare afnemende trend verenigd in de middelste zwarte lijn.
Onvolwassen stormvogels (de blauwe lijn in de grafiek) hebben meer plastic in de maag dan volwassen dieren (rode lijn), maar beide vertonen een vergelijkbare afnemende trend verenigd in de middelste zwarte lijn.

Arctisch Canada

Het was al bekend dat de stormvogels uit de Canadese poolgebieden dicht bij de door OSPAR gewenste 10% waarde zaten. Dit is het schoonst mogelijke gebied waarvan stormvogelgegevens beschikbaar zijn. Voor het vaststellen van de EU KRM drempelwaarde is daar nu in detail naar gekeken. Door een aantal verschillende Canadese studies samen te voegen kon worden vastgesteld dat van 179 onderzochte stormvogels er 18 waren die meer dan 0.1 gram plastic in de maag hadden. Dit vertaalt zich naar een percentage van 10.06% , dus vrijwel identiek aan het eerder willekeurig gekozen OSPAR doel. De door EU vereiste drempelwaarde sluit daarmee bijna exact aan op de bestaande OSPAR doelstelling en zal in de internationale afspraken worden vastgelegd.

Van de sub-regio’s in de Noordzee is het Frans-Engels Kanaal het sterkst vervuild.  Gebieden meer naar het noorden zijn schoner.  De horizontale rode lijn geeft de situatie in Arctisch Canada weer, de gewenste drempelwaarde.
Van de sub-regio’s in de Noordzee is het Frans-Engels Kanaal het sterkst vervuild. Gebieden meer naar het noorden zijn schoner. De horizontale rode lijn geeft de situatie in Arctisch Canada weer, de gewenste drempelwaarde.

Noordzee samenwerking

Het formeel vaststellen van de drempelwaarde was een goed moment om stormvogelgegevens uit alle Noordzeelanden samen te voegen en te toetsen aan de doelstelling. De kracht van samenwerken volgens een vaste methodiek komt daarmee goed tot zijn recht. Bijna overal in de Noordzee neemt de hoeveelheid plastic in magen voorzichtig af, maar pas als alle gegevens worden samengevoegd is die afname statistisch significant over het hele gebied aantoonbaar. In meer recente jaren (2014-2018) had helaas nog steeds 92% van de stormvogels plastic in de maag, gemiddeld 21 stukjes met een gewicht van 0.26 gram. In deze periode had 51% van de vogels meer dan 0.1 g plastic in de maag, dus nog ver boven de GMT doelstelling. Uit de trendanalyse van alle 2661 onderzochte stormvogelmagen sinds 2002 is echter te zien dat dit percentage in de Noordzee statistisch significant aan het afnemen is, met een voorspeld bereiken van de 10% doelstelling rond het jaar 2054.   

De veranderingen tussen 2002 en 2018 voorspellen dat de drempelwaarde mogelijk in 2054 wordt bereikt.
De veranderingen tussen 2002 en 2018 voorspellen dat de drempelwaarde mogelijk in 2054 wordt bereikt.

Voldoende?

Of het waargenomen tempo van afname in plastics in de Noordzee snel genoeg gaat, is een kwestie van maatschappelijke discussie en het daarop volgende overheidsbeleid. Het is goed om daarbij te blijven onthouden dat ook bij het bereiken van de doelstelling nog altijd vele stormvogels plastic in de maag zullen hebben, en 10% van de vogels zelfs meer dan 0.1 gram.  Bijgaande foto’s illustreren die situatie en geven de duidelijke boodschap dat met het bereiken van de drempelwaarde de klus van een echt schoon zeemilieu nog lang niet is geklaard.

Voorbeeld van de drempelwaarde: tot 10% van de stormvogels mag deze hoeveelheid plastic of meer bevatten (Stormvogel NET-2017-018 zat met 0.1174 gram plastic net boven de grens)
Voorbeeld van de drempelwaarde: tot 10% van de stormvogels mag deze hoeveelheid plastic of meer bevatten (Stormvogel NET-2017-018 zat met 0.1174 gram plastic net boven de grens)
Voorbeeld van de drempelwaarde: 90% van de stormvogels mag tot deze hoeveelheid plastic bevatten (Stormvogel NET-2017-024 zat met 0.0954 gram plastic net onder de grens)
Voorbeeld van de drempelwaarde: 90% van de stormvogels mag tot deze hoeveelheid plastic bevatten (Stormvogel NET-2017-024 zat met 0.0954 gram plastic net onder de grens)